Hoofdstuk 3
Extra oefening 3 – Formulering centrale vraag
Lees het volgende fragment uit een academische tekst van een eerstejaarsstudent religie en cultuur en controleer de formulering van de centrale vraag. Wat kun je daarbij opmerken?
| ‘Uitvaartdienst kan ook in dorpshuis. De kerk en het crematorium hebben niet meer het monopolie op het houden van een uitvaartdienst. Mensen willen de dienst meer zelf in handen hebben’, kopt het Eindhovens Dagblad (Scholtes, 2012). Enkele pagina’s verder meldt dezelfde krant dat het aantal gelovigen in de wereld de afgelopen zeven jaren met 9% gedaald is. Voor welke praktijken is theologie nog belangrijk in onze huidige samenleving? ‘Consensus omtrent het onderzoeksgebied van de praktische theologie ontbreekt door een fundamentele breuk tussen evangelie en cultuur’ (Thoomes, 2008). En ‘sommigen maken deze beweging expliciet mee, bijvoorbeeld door een verschuiving van liturgiewetenschap naar ritual studies’, schrijft Stefan Gärtner (2011). In hoeverre is theologie nog praktisch voor de 21e-eeuwse mens? Dit is de hoofdvraag van deze tekst. Praktische theologie is simpel gezegd ‘de theorie van de praktijk’, aldus Schleiermacher (in Thoomes, 2008). We stellen ons de vraag voor welke praktijk. Het onderzoeksgebied is de huidige maatschappij. In de eerste alinea worden verleden en heden met elkaar vergeleken. Vervolgens wordt in de tweede alinea de praktische theologie besproken als een algemene reflectie op wat mensen bezighoudt. Of praktische theologie nog toekomst heeft wordt uiteengezet in de derde alinea en in de vierde alinea wordt bezien of de christelijke theologie uit het verleden nog toekomst heeft. Misschien heeft praktische theologie vooral een dienstverlenend karakter en verandert het formele en materiële studieobject samen met de veranderingen in onze samenleving. Dit is een voorzichtige conclusie, die geformuleerd is in de laatste alinea. |