Basisvaardigheden academisch schrijven

Hoofdstuk 7

Extra oefening 1 – Zinslengte en zinsbouw

Welke kritiek kun je geven op de stijl in de onderstaande zinnen? Hoe zou je ze herschrijven?

Download de zinnen in Word

  1. In 1974 beweerde Stephen Hawking dat zwarte gaten straling uitzenden. Maar het was toen al lang geaccepteerd dat niets aan een zwart gat kon ontsnappen zodra het de zogenaamde event horizon is gepasseerd.

  1. Dit planetaire model kon echter niet verklaren waarom de negatief geladen elektronen niet in de positief geladen kern zouden versnellen.

  1. In 2003 deden onderzoekers van NASA een geweldige ontdekking: de ruimtesonde Galilei, die naar Jupiter was gestuurd, ontdekte dat Europa, een maan van Jupiter, al een ijslaag had waaronder volgens de onderzoekers een vloeibare oceaan van water zou kunnen zijn.

  1. Hierdoor kan de stelling niet toegepast worden op systemen die niet enkel met een Lagrangiaan beschreven kunnen worden. Het model van Bohr, waarin de elektronen bewegen in gekwantiseerde banen, is van belang voor de wetenschap. Het was een betere weergave en begrip van het atoom. En daarnaast is zijn aanname dat natuurkundige grootheden alleen gekwantiseerde waarden konden aannemen en alleen met deze beperking golden en gehanteerd konden worden van wezenlijk belang voor de ontwikkeling van de kwantummechanica.

  1. Het deeltje dat uit het zwarte gat is ontsnapt, krijgt dezelfde energie als het vallende deeltje, dit moet wel omdat als dit niet het geval zou zijn de samengestelde energie van de twee deeltjes niet gelijk zou zijn aan nul en dan zou er energie zijn ontstaan uit het niets, wat natuurlijk niet kan (NB dat de impuls van de deeltjes tegengesteld is).

  1. In 1939 probeerde Einstein aan de hand van zijn relativiteitstheorie te bewijzen dat een zwart gat onmogelijk is, aangezien vlak voor een object kleiner dan zijn schwarzschildradius wordt, delen van de ster sneller dan het licht moeten bewegen, wat de ster instabiel zou maken.

  1. Naast tijd heeft ook plaats geen directe invloed op natuurwetten, waarbij op te merken valt dat wanneer een lichaam en alle van de van invloed zijnde omgevingsfactoren zich met een eenparige snelheid voortbewegen, de natuurwetten ook hier onveranderd blijven.

  1. Echter een titratie wordt meestal visueel met een indicator bepaald en dan moet er nog een term aan de formule worden toegevoegd, immers een indicatorevenwicht is ook gewoon een zuur-base-evenwicht dat misschien door de geringe hoeveelheid indicator geen daadwerkelijke invloed op het evenwicht uitoefent maar aan de hand waarvan je je wel het omslagpunt bepaalt.

  1. In oorspronkelijke vorm houdt de stelling van Noether in dat als de actie van een systeem een differentieerbare symmetrie heeft ten opzichte van een bepaalde variabele, dat er in dat systeem dan ook een behoudswet is met betrekking tot diezelfde variabele.