beleving: de manier waarop je iets beleeft * Mijn beleving van die avond was heel anders dan de jouwe.
belevenis: iets wat je hebt meegemaakt * Het carnaval van Rio de Janeiro was wel een hele belevenis.
onverteerd: iets wat nog niet verteerd is * In de duinen kun je onverteerde resten van konijnen vinden.
onverteerbaar: iets wat je niet kunt verteren, wat heel moeilijk te accepteren is * Voor Sven Kramer was het onverteerbaar dat de Olympische medaille aan zijn neus voorbijging door een foute aanwijzing van zijn coach.
kleurrijk: met heel veel kleur, zowel letterlijk als figuurlijk * Johan Cruijff is een kleurrijke figuur in de voetbalwereld.
gekleurd: met kleur, vaak figuurlijk gebruikt voor niet-neutraal * Je kunt haar niet in de jury zetten, want haar mening is gekleurd.
demonstrant: iemand die meedoet aan een demonstratie * Duizenden demonstranten hadden zich verzameld voor een stille tocht tegen geweld.
demonstrateur: iemand die een demonstratie geeft * Op de beurs liet een demonstrateur zien wat de mogelijkheden van de nieuwste tablets zijn.
bevallig: gracieus * Koningin Máxima is een bevallige verschijning. Iedereen vindt haar een charmante vrouw.
bevallend: bezig een kind te baren * De bevallende vrouw riep heel hard om een verdoving.
genoegzaam: voldoende, toereikend, met weinig tevreden * Dat onderwerp is zo wel genoegzaam behandeld.
genoeglijk: aangenaam * Het was een genoeglijk gezelschap waarin we ons gisteravond bevonden.
formule: geheel van woorden of zinnen in vaste vorm, uitgedrukte waarde, samengestelde grootheid * Vind jij het lastig om wiskundige formules toe te passen in je werk?
formulering: de manier waarop je iets zegt * Het was lastig de juiste formuleringen te vinden voor deze doelgroep.
opkomend: rijzend * Die vrouw is een van de opkomende jonge politici in de partij.
opgekomen: verleden tijd van opkomen: zich voordoen, verschijnen, beginnen te ontstaan et cetera * De ziekte was ineens opgekomen; er waren geen voortekenen.