Basisvaardigheden academisch schrijven

Hoofdstuk 8

Antwoord

  1. beleving: de manier waarop je iets beleeft
    * Mijn beleving van die avond was heel anders dan de jouwe.

    belevenis: iets wat je hebt meegemaakt
    * Het carnaval van Rio de Janeiro was wel een hele belevenis.
     
  2. onverteerd: iets wat nog niet verteerd is
    * In de duinen kun je onverteerde resten van konijnen vinden.

    onverteerbaar: iets wat je niet kunt verteren, wat heel moeilijk te accepteren is
    * Voor Sven Kramer was het onverteerbaar dat de Olympische medaille aan zijn neus voorbijging door een foute aanwijzing van zijn coach.
     
  3. kleurrijk: met heel veel kleur, zowel letterlijk als figuurlijk
    * Johan Cruijff is een kleurrijke figuur in de voetbalwereld.

    gekleurd: met kleur, vaak figuurlijk gebruikt voor niet-neutraal
    * Je kunt haar niet in de jury zetten, want haar mening is gekleurd.
     
  4. demonstrant: iemand die meedoet aan een demonstratie
    * Duizenden demonstranten hadden zich verzameld voor een stille tocht tegen geweld.

    demonstrateur: iemand die een demonstratie geeft
    * Op de beurs liet een demonstrateur zien wat de mogelijkheden van de nieuwste tablets zijn.
     
  5. bevallig: gracieus
    * Koningin Máxima is een bevallige verschijning. Iedereen vindt haar een charmante vrouw.

    bevallend: bezig een kind te baren
    * De bevallende vrouw riep heel hard om een verdoving.
     
  6. genoegzaam: voldoende, toereikend, met weinig tevreden
    * Dat onderwerp is zo wel genoegzaam behandeld.

    genoeglijk: aangenaam
    * Het was een genoeglijk gezelschap waarin we ons gisteravond bevonden.
     
  7. formule: geheel van woorden of zinnen in vaste vorm, uitgedrukte waarde, samengestelde grootheid
    * Vind jij het lastig om wiskundige formules toe te passen in je werk?

    formulering: de manier waarop je iets zegt
    * Het was lastig de juiste formuleringen te vinden voor deze doelgroep.
     
  8. opkomend: rijzend
    * Die vrouw is een van de opkomende jonge politici in de partij.

    opgekomen: verleden tijd van opkomen: zich voordoen, verschijnen, beginnen te ontstaan et cetera
    * De ziekte was ineens opgekomen; er waren geen voortekenen.