Chapter 6
Negations: niet and geen
| niet | geen |
|---|---|
|
Zie je de trein? |
Zie je een trein? |
|
Heb je het kaartje? |
Heb je een kaartje? |
|
Zijn dit de stoptreinen? |
Zijn dit Ø stoptreinen? |
Look at the sentences above and answer the following questions:
- Do you put niet before or after the noun?
- Do you put geen before or after the noun?