Start.nl - deel 1

Chapter 6

Negations: niet and geen
  

nietgeen

Zie je de trein?
Nee, ik zie de trein niet.

Zie je een trein?
Nee, ik zie geen trein.

Heb je het kaartje?
Nee, ik heb het kaartje niet.

Heb je een kaartje?
Nee, ik heb geen kaartje.

Zijn dit de stoptreinen?
Nee, dit zijn de stoptreinen niet.

Zijn dit Ø stoptreinen?
Nee, dit zijn geen stoptreinen.

   

Look at the sentences above and answer the following questions:

  1. Do you put niet before or after the noun?
  2. Do you put geen before or after the noun?