Sentences with dat ...
Exercise 1
Choose the correct answer.
-
Choose the correct sentence.
-
Hij zegt dat hij niet van wijn houdt.
-
Hij zegt dat hij houdt niet van wijn.
-
Choose the correct sentence.
-
Ik vind dat je niet zoveel moet bestellen.
-
Ik vind dat je niet zoveel bestellen moet.
-
Choose the correct sentence.
-
Ze geloven dat de wijn smaakt naar kurk.
-
Ze geloven dat de wijn naar kurk smaakt.
-
Choose the correct sentence.
-
Wij vinden dat je de ober een fooi moet geven.
-
Wij vinden dat je de ober moet een fooi geven.
-
Choose the correct sentence.
-
Jij denkt dat pinnen je hier niet kan.
-
Jij denkt dat je hier niet kan pinnen.