Spreken - uitspraak
Oefening 1
Herhaal de volgende vragen en zinnen. Begin met spreken na de piep.
Verberg tekst
Kun je daar musea bezoeken?
Kun je daar een boottocht maken?
Kun je daar goed wandelen?
Kun je daar de toren beklimmen?
Kun je daar verschillende monumenten bekijken?
Het is bewolkt.
Het is zonnig.
Het mist.
Het waait.
Het regent.
Het vriest.
Het sneeuwt.
Wat een mooi weer!
Wat een heerlijk weer!
Wat een lekker weer!
Wat een slecht weer!
Wat een vreselijk weer!
Wat een mooie dag!
Wat is het koud!
Wat is het warm!