Volgende Hoofdstuk 1 Voorbereiding Consolidering Toets Dialoog Grammatica Woordenschat Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3 Oefening 3 Vul het goede werkwoord (verbum) in. Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren. 1. Hij bekijkt bezoekt klinkt neemt rijdt de foto’s van mijn vakantie in Thailand.2. Mijn vriend bekijkt bezoekt klinkt neemt rijdt een foto van mij op het strand.3. In mijn stad bekijkt bezoekt klinkt neemt rijdt er geen tram, maar er rijden wel bussen.4. In Amsterdam bekijkt bezoekt klinkt neemt rijdt ze heel veel verschillende musea.5. Een maand naar Aruba? Dat bekijkt bezoekt klinkt neemt rijdt goed! controleer oké