Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 5

Grammatica

Oefening 2

Maak het futurum. Gebruik geen gaan.
Klik op ‘[?]’ als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

Voorbeeld:
Vanmiddag gaan we 70 kilometer fietsen.
Vanmiddag fietsen we 70 kilometer.

1. Morgen gaan ze bij de sportschool informatie halen.
.

2. Over twee weken gaat ze een wandelvakantie maken.
.

3. Komende weken ga ik iedere dag hardlopen.
.

4. In het weekend gaat hij voor de wedstrijd trainen.
.

5. Over een paar maanden gaan we de sportschool betalen.
.