Hoofdstuk 2
Het perfectum
In hoofdstuk 8 van Start.nl - deel 1 hebben we behandeld:
werken
studeren
stoppen
opbellen
| singularis (enkelvoud) | pluralis (meervoud) |
|---|---|
ik heb gewerkt ik heb gestudeerd ik ben gestopt ik heb opgebeld | we hebben gewerkt we hebben gestudeerd we zijn gestopt we hebben opgebeld |
- Het perfectum maak je:
… + participium - Het participium is:
ge + stam + … - Bij separabele verba (afwassen, opbellen, …) komt het prefix …
In de dialoog heb je net gezien:
- Ik ben al naar het eind van de straat gefietst, maar daar heb ik geen museum gezien.
- Hoelang heb je gefietst?
| zonder naar | met naar |
|---|---|
Ik heb een uur gereden. Hij heeft nog nooit gevlogen. Ze hebben vijf minuten gefietst. | Ik ben naar Duitsland gereden. Hij is naar Amerika gevlogen. Ze zijn naar Groningen gefietst. |
Werkwoorden van beweging zijn werkwoorden als: lopen, wandelen, rennen, fietsen, rijden, vliegen, varen, …