-
Christelijke feesten zijn:
-
Kerstmis, Pasen en Koningsdag
-
Kerstmis, Pasen en Bevrijdingsdag
-
Kerstmis, Pasen en Pinksteren
-
Sinterklaas wordt gevierd op:
-
11 november
-
5 december
-
21 maart
-
Wat doen Nederlanders met oud en nieuw?
-
Elkaar cadeautjes geven en eieren eten.
-
Vuurwerk afsteken en oliebollen eten.
-
Met de familie naar de kerk gaan.
-
Wat viert men op 30 april?
-
Koningsdag
-
Moederdag
-
Pinksteren
-
4 mei is een belangrijke dag voor Nederlanders. Waarom?
-
Dan begint de lente.
-
Dan herdenken we de doden uit de Tweede Wereldoorlog en vieren we de bevrijding van Nederland.
-
Dan begint de meivakantie.
-
Wanneer hangen jongeren hun schooltas buiten aan de vlag?
-
Als ze 18 jaar worden.
-
Als ze gaan studeren aan de universiteit.
-
Als ze zijn geslaagd voor een schoolexamen.
-
Er is een baby bij de buren geboren. Wat doe je?
-
Je gaat er direct heen om te feliciteren.
-
Je stuurt een felicitatiekaartje of gaat een paar dagen later op visite.
-
Je hangt de vlag uit.
-
Wat doe je als je buurman is doodgegaan?
-
Je condoleert de familie en/of stuurt een condoleancekaart.
-
Je stuurt een bloemetje en een condoleancekaart.
-
Je doet niets of wacht tot je ze op straat tegenkomt.
-
Waarom zal een ambtenaar een cadeau van jou weigeren?
-
Je moet het cadeau aan zijn leidinggevende geven.
-
Het is verboden. Hij mag geen cadeaus aannemen.
-
Hij wil liever geld.
-
In Nederland zeg je ‘u’ tegen:
-
een kind
-
een ambtenaar
-
een goede vriend(in)
-
Je geeft een hand:
-
als je jezelf voorstelt.
-
als je binnenkomt in de klas.
-
als je binnenkomt in de supermarkt.
-
Nederlanders vinden het belangrijk om zelf een partner te kiezen.
-
waar
-
niet waar
-
Nederlanders maken op het werk, op school en in hun vrije tijd veel afspraken.
-
waar
-
niet waar
-
Wanneer vinden Nederlanders je betrouwbaar?
-
Als je vriendelijk bent.
-
Als je altijd op tijd komt, je je houdt aan de afspraken en je doet wat je zegt.
-
Als je veel diploma’s hebt.
-
Wat doe je als je last hebt van de buren?
-
Ik nodig ze uit voor een feest.
-
Ik vraag of ze de overlast kunnen verminderen.
-
Ik bel de politie.
-
Waarom vragen Nederlanders zoveel?
-
Ze willen weten of je wel te vertrouwen bent.
-
Ze zijn nieuwsgierig.
-
Ze zijn geïnteresseerd en/of willen kennismaken.
-
Je bent in de winkel en wilt betalen. Wat doe je?
-
Je gaat in de rij staan voor de kassa.
-
Je wacht tot de caissière niets te doen heeft.
-
Je loopt langs de rij en gaat vooraan bij de kassa staan.
-
Bij veel organisaties en bedrijven kun je zelf uitmaken wanneer je langs wilt komen.
-
waar
-
niet waar
-
Nederlanders vinden eigen initiatief en een eigen mening belangrijk.
-
waar
-
niet waar
-
Nederlanders denken allemaal hetzelfde.
-
waar
-
niet waar