Hoofdstuk 3 begint met het voorbeeld van de blinde Turkse schilder Esref Armagan die met zijn vingers schildert. Van welk fenomeen is dit een voorbeeld?
Van crossmodale hersenplasticiteit.
Van ons vermogen om de tastreceptoren in de vingers te trainen.
Van de samenwerking tussen onze zintuigsystemen.
Gewaarwording houdt in dat onze zintuigen prikkels uit de omgeving opvangen. Welke begrip past goed bij dit proces?
Chaos.
Organisatie.
Subjectiviteit.
Welke ‘filosofische theorie’ over waarneming past goed bij het uitgangspunt dat wat wij waarnemen een correcte weergave is van de werkelijkheid en niet zal afwijken van wat anderen waarnemen?
De sleuteltheorie.
De spiegeltheorie.
De zendertheorie.
Welke theorie of zienswijze wordt gebruikt als inspiratie voor de sleuteltheorie van de waarneming?
De evolutietheorie.
De top-downzienswijze van de waarneming.
De theorie over de plasticiteit van de hersenen.
Als er in onze omgeving een geluid wordt geproduceerd van een constante luidheid en toonhoogte, dan horen we na enige tijd dit geluid niet meer. Met welk begrip wordt dit verschijnsel beschreven?
Adaptatie.
Relativiteit.
Selectiviteit.
Wat nemen onze zintuigen vooral waar?
Aanpassingen van het waargenomene.
Centrale kenmerken van het waargenomene.
Veranderingen van het waargenomene.
Wat is een voorbeeld van het top-downproces van onze waarneming?
De invloed van onze emotionele gesteldheid op wat we waarnemen.
Dat we vooral veranderingen waarnemen.
Het kleurenspectrum dat onze ogen kunnen ‘zien’.
In een onderzoek bleek dat bij mannelijke studenten adaptatie aan het geluid van een huilende baby minder snel plaatsvindt dan aan het geluid van een rookmelder. Hoe kan dat verklaard worden?
Het blijkt een combinatie van verschillende zintuigen te zijn die de studenten gestrest houdt: het geluid van de huilende baby, samen met de toegeknepen ogen, de tranen en de open mond.
Menselijke baby’s produceren bij het huilen ook heel hoge tonen die wij niet bewust waarnemen, maar die wel via het onbewuste ons gedrag beïnvloeden.
Dit komt omdat ons sociale brein zo geprogrammeerd is dat wij noodsignalen (het huilen van mensenbaby’s) eenvoudigweg niet kunnen negeren en er niet aan adapteren.
Welk onderdeel van ons oog levert een grote bijdrage aan het waarnemen van kleuren?
De blinde vlek.
De gele vlek.
De iris.
Wat is een voorbeeld van onbewuste waarneming?
Expliciete waarneming.
Het waarnemen van evenwicht.
Subliminale waarneming.
Waarom hebben mensen in vergelijking tot andere (zoog)dieren veel smaakpapillen op hun tong?
Omdat wij – evolutionair gezien – afstammen van aapachtigen. Deze voorouders leefden in bomen en aten veel bladeren en fruit. Daarvoor heb je veel smaakpapillen nodig.
Mensen zijn omnivoren en moeten daarom bij veel verschillende soorten voedsel vaststellen of het wel of niet eetbaar is.
Dat heeft niets te maken met voedsel, maar wel met zoenen op de mond. Als mensen elkaar zoenen, dan proeven zij onbewust elkaars feromonen. Zo stellen zij, nog steeds onbewust, de gemoedstoestand en seksuele bereidheid van de partner vast.
Kinderen kunnen zeggen: ‘Schelden doet geen pijn.’ Wordt dit bevestigd door (recent) hersenonderzoek?
Ja, dit is waar. Het pijncentrum in de hersenen en ook andere delen van de hersenen worden niet heel actief als een kind uitgescholden (en uitgesloten) wordt. Kennelijk glijdt dit toch van hen af.
Ja, dit is waar. Uitschelden (en uitgesloten worden) wordt wel geregistreerd, maar is qua hersenactiviteit duidelijk te onderscheiden van fysieke pijn.
Nee, dat is niet waar. Een deel van de hersenen waarmee de ernst van pijn wordt beoordeeld, is actief bij zowel fysieke pijn als bij sociale pijn (zoals door schelden en uitsluiten).