Welk begrip typeert het meest essentiële en centrale aspect van de verschillende leervormen waar mensen over beschikken?
Gedrag.
Geheugen.
Verandering.
Waartussen wordt bij klassiek conditioneren geassocieerd?
Tussen de ongeconditioneerde respons en de geconditioneerde respons.
Tussen de geconditioneerde stimulus en de ongeconditioneerde respons.
Tussen de ongeconditioneerde stimulus en de geconditioneerde stimulus.
Nigel heeft zich bij de hulpverlening aangemeld vanwege alcoholproblemen. Hij vertelt dat hij al bij het horen van de muziek die Heineken gebruikt in zijn reclame, enorme trek krijgt in een biertje. Welk leerprincipe of leerproces is waarschijnlijk de achterliggende verklaring hiervan?
Klassieke conditionering.
Operante conditionering.
De wet van het effect.
De reflexen bij een pasgeborene maken het mogelijk dat het kind leert door middel van:
klassiek conditioneren.
model-leren.
operant conditioneren.
Waarom beperkte een behaviorist zich tot het bestuderen van ‘zichtbaar’ (uiterlijk) gedrag? Omdat:
een behaviorist innerlijke factoren ontkende.
‘uiterlijk gedrag’ meetbaar is.
‘uiterlijk gedrag’ simpel te bestuderen is.
Welke associatie wordt er geleerd bij operant conditioneren? Een associatie tussen:
twee responsen.
een stimulus en een respons.
twee stimuli.
Een duif wordt geleerd om alleen op een blauw cirkeltje te pikken als er een licht brandt. Als de duif op het juiste moment en op de juiste plek gepikt heeft, dan krijgt hij een graankorrel. Wat is in dit leerproces de discriminatieve stimulus (Sd)?
De graankorrel.
Het brandende licht.
Het blauwe cirkeltje.
Wat is een goede omschrijving van de wet van effect?
Als er prettige consequenties volgen op gedrag, dan zal dat gedrag vaker plaatsvinden.
Het effect dat het eerst vertoonde gedrag opleverde, wordt ook doelbewust opgezocht in nieuwe situaties.
Als een nieuwe situatie lijkt op een eerder meegemaakte prettige situatie, dan zal in die nieuwe situatie hetzelfde gedrag plaatsvinden dat in de eerder meegemaakte situatie werd vertoond.
Iemand die ergens erg bang voor is, kan de confrontatie met die angstopwekkende situatie vermijden en/of uitstellen. Dit wordt vermijdingsgedrag genoemd. Hoe komt het dat vermijdingsgedrag zo makkelijk ontstaat en blijft bestaan? Omdat:
het in stand wordt gehouden door intermittant reinforcement.
het een negatieve beloning oplevert.
het een positieve beloning oplevert.
In de klas van juf Ingrid wordt gelezen en voorgelezen uit een populair jeugdboek. De kinderen genieten er ontzettend veel van. Juf Ingrid heeft van dezelfde populaire schrijver maar liefst twintig nieuwe boeken weten te bemachtigen. Ze vertelt aan de kinderen dat ze een van deze boeken kunnen verdienen door goed hun best te doen met het huiswerk en opdrachtjes in de klas. Elke keer als een leerling een goede en nette (huiswerk)opdracht heeft ingeleverd, krijgt hij op een kaartje een stempeltje van juf Ingrid. Een vol kaartje met vijftien stempels kan de leerling inwisselen voor een boek. Welke bewering slaat op de manier van belonen die juf Ingrid toepast?
Het boek is een primaire reinforcer en het stempeltje is een secundaire reinforcer.
Zowel het boek als het stempeltje is een secundaire reinforcer.
De stempel is de primaire reinforcer en het boek de secundaire reinforcer.
Welk onderdeel van onze hersenen stelt ons in staat om vrij makkelijk het gedrag van andere mensen na te doen?
De frontale cortex.
De neurotransmitters die vrijkomen in ons sociale brein.
De spiegelneuronen.
Wat houdt de opvoedingsstrategie ‘structureren’ in?