Welke ‘opvoedkundige’ opmerking tijdens het eten, van een ouder naar zijn kind, slaat op het vervullen van een behoefte en niet op het vervullen van een wens?
‘Eet je bord leeg, het is allemaal gezond en goed voor je.’
‘Hou het alsjeblieft even gezellig en leg je smartphone weg.’
‘Smaakt het een beetje?’
In een serviceflat met voornamelijk oudere bewoners in Groningen ontstaat een conflict tussen een aantal huurders (bewoners) en de directie over de maaltijdservice. De huurders willen een andere cateraar, maar de directie verbiedt dat en wil de huurders aan hun contract houden. De huurders willen echter zelf beslissen welke cateraar ze nemen. Welk motief of welke behoefte speelt op de achtergrond van dit conflict? De behoefte aan:
autonomie.
eigenwaarde.
secundaire controle.
In preventieprogramma’s tegen pesten op school wordt getracht om de zogenoemde ‘buitenstaanders’ (leerlingen die niet pesten en ook niet gepest worden) vaardigheden te leren om adequaat op te treden tegen de pestkoppen en dat gedrag af te keuren. Waarom is het zo moeilijk voor deze leerlingen om deze rol goed uit te voeren?
Ze blijken zelf een (impliciete) behoefte aan het uiten van agressie te hebben.
Hun behoefte aan controle kan niet verwezenlijkt worden, omdat ze ondanks deze preventieprogramma’s de vaardigheden onvoldoende beheersen.
Hun behoefte om ‘erbij te horen’ is nu vervuld, en deze rol kan daar verandering in brengen.
Welke vorm van agressie ontbreekt bij jonge kinderen?
Fysieke agressie.
Proactieve agressie.
Reactieve agressie.
Iris volgt een opleiding verpleegkunde. Haar broer Frans studeert psychologie aan een universiteit. Frans doet een beetje neerbuigend over de opleiding die Iris volgt. Als Iris het studieonderdeel psychologie tijdens haar opleiding krijgt, is ze extra gemotiveerd om een hoog cijfer te halen, want ze wil haar broer laten zien dat ze dit ook kan. Hoe kunnen we dit gedrag van Iris omschrijven?
Iris is intrinsiek gemotiveerd.
Iris maakt een opwaartse vergelijking.
Bij Iris is de behoefte aan zelfactualisatie actief.
Welke uitspraak over de motivatietheorie van Maslow is juist?
De behoeften van de hogere hiërarchische niveaus zijn het belangrijkst.
Voor het ervaren van de behoeften van de hogere hiërarchische niveaus moeten de behoeften van de lagere niveaus vervuld zijn.
Mensen streven ernaar om de behoeften van alle hiërarchische niveaus in gelijke mate te bevredigen.
Als je zegt dat iemand intrinsiek gemotiveerd is, welke attributie maak je dan eigenlijk over de oorzaak van zijn gedrag?
Een externe attributie.
Een instabiele attributie.
Een interne attributie.
Wat gebeurt er als je intrinsiek gemotiveerd gedrag van een persoon gaat belonen (dus ook extrinsiek gemotiveerd maakt)? De motivatie achter het gedrag zal:
afnemen.
gelijk blijven.
toenemen.
In de zelfdeterminatietheorie wordt de nadruk gelegd op drie basisbehoeften. Welke soort behoeften zijn dat?
Fysiologische behoeften.
Psychologische behoeften.
Zowel antwoord a als antwoord b is juist.
Jelmer volgt de pabo. Hij moet samen met een aantal studenten een projectopdracht maken over managementtheorieën. Het onderwerp boeit hem van geen kant. Hij moet wel een herkenbare bijdrage leveren aan het project, anders krijgt hij een onvoldoende en kan hij niet afstuderen. Een andere reden dat hij toch een beetje zijn best gaat doen, is dat hij zijn medestudenten uit de projectgroep erg aardig vindt en hen niet wil benadelen of in hun ogen wil afgaan. Welke vorm van extrinsieke motivatie heeft Jelmer volgens de zelfdeterminatietheorie?
Een geïdentificeerde regulatie.
Een geïntegreerde regulatie.
Een geïntrojecteerde regulatie.
Wat is een essentieel uitgangspunt van de motivatietheorie van Prochaska en DiClemente?
Motivatie is aanwezig of afwezig, een tussenvorm bestaat niet.
In tegenstelling tot Maslow gaan zij ervan uit dat motieven niet hiërarchisch te ordenen zijn.
Bij een motivatie zijn meerdere stadia van ontwikkeling te onderscheiden.