Hoofdstukken
Luister- en uitspraakoefening [b]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [b].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [b].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Heb jij de buren al ontmoet? – buren
Mag ik jouw boek even lenen? – boek
Hoe laat is die bruiloft? – bruiloft
Zullen we naar de bioscoop gaan? – bioscoop
Ik ga morgen naar Brussel. – Brussel
Hij is blij met zijn werk. – blij
Ze speelt liever binnen. – binnen
Heeft je zus al gebeld? – gebeld