Hoofdstukken
Uitspraakoefening leenwoorden – [e] van zes
Zeg de woorden en zinnen na.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
de tram [trem] – Ik neem de tram naar het station.
de flat [flet] – Ik woon in deze flat.
de jam [sjem] – Hou jij van jam?
de snackbar [snek-bar] – We halen patat bij de snackbar.
het jack [jek] – Wat een leuk jack heb je aan!
de camping [kem-ping] – Zij gaan elk weekend naar de camping.
de handicap [hen-di-kep] – Door zijn handicap kan hij niet lopen.
de manager [me-nǝ-dzjǝr] – Mijn manager heeft het druk.