Beter Nederlands spreken

[ei] van klein ijsje

Vraag en antwoord [ei]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [ei].


Voorbeeld:

> Ja, … (blij)

Antwoord:
Ben je blij? > Ja, ik ben blij.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (reis)




> Ja, … (trein)




> Ja, … (kijk)




> Ja, … (meisje, vijf)




> Ja, … (klein)




> Ja, … (medicijnen)