[g] van geld
Vraag en antwoord [g]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [g].
Voorbeeld:
> Ja, … (goed)
Antwoord:
Is het goed? > Ja, het is goed.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (genoeg)
> Ja, … (te groot)
> Ja, … (geld terug)
> Ja, … (dochter)
> Ja, … (vanmiddag)
> Ja, … (geef)