Leenwoorden
Uitspraakoefening leenwoorden – [j] van jas
Zeg de woorden en zinnen na.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
medaille [mee-da(l)-jә] – Ze heeft met hardlopen een medaille gewonnen.
dossier [dos-jee] – Het ziekenhuis heeft een elektronisch dossier.
failliet [fa-jiet] – Dat bedrijf is failliet.
signaal [sin-jaal] – De scheidsrechter gaf het signaal dat de wedstrijd klaar was.
detail [dee-taj] – We moeten de details nog bespreken.
bouillon [boe(l)-jon] – Die bouillon smaakt heerlijk.
fauteuil [foo-tui] – Mijn opa zat altijd in die fauteuil.
shuttle [sjut-tɘl] – We nemen de shuttlebus naar het vliegveld.