Beter Nederlands spreken

[v] van voet / [w] van weer

Uitspraakoefening [w]

Zeg de woorden na. Let op de uitspraak van de [w]: tanden tegen je onderlip en niet blazen.

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

weekend

wandelen

weer

wind

wel

winkel

woord

wanneer

wie

waar