Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Kies het juiste verbum en zet het in de goede vorm. Je kunt kiezen uit:moeten – hoeven – mogen – durven – zullen 1 we reserveren voor de rondvaart?2 Nee, dat niet; er is vandaag plaats genoeg.3 we eerst nog koffiedrinken? Of we ons haasten?4 We pas om 12 uur bij de dam te zijn.5 ik dan een koffie met een stuk appeltaart?6 jij met mij op een tandem te fietsen?7 Als ik achterop zitten, dan vind ik dat geen probleem.8 Dan we niet met de auto te gaan. controleer oké