Op naar de eindstreep

Zelftoetsen

Kies het juiste verbum en zet het in de goede vorm. Je kunt kiezen uit:

moeten – hoeven – mogen – durven – zullen

1 we reserveren voor de rondvaart?
2 Nee, dat niet; er is vandaag plaats genoeg.
3 we eerst nog koffiedrinken? Of we ons haasten?
4 We pas om 12 uur bij de dam te zijn.
5 ik dan een koffie met een stuk appeltaart?
6 jij met mij op een tandem te fietsen?
7 Als ik achterop zitten, dan vind ik dat geen probleem.
8 Dan we niet met de auto te gaan.