Op naar de eindstreep

Zelftoetsen

Vul het goede woord in. Je kunt kiezen uit:

kiem – lel – kerfstok – hoofd – houtje – elkaar

1 De hulpverleners kregen allerlei scheldwoorden naar hun geslingerd.
2 Van veel gevangenen wil je liever niet weten wat ze op hun hebben.
3 Ze werd zo boos op haar baas, dat ze hem een flinke heeft verkocht.
4 Toen de voetbalsupporters elkaar te lijf wilden gaan, werd het opstootje door de politie in de gesmoord.
5 Ik raad je af om dit misdrijf op eigen op te lossen; je kunt beter de politie bellen.
6 Nadat ze de oude vrouw in hadden geslagen, gingen ze er op een brommer vandoor.