Volgende Vorige Zelftoetsen Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9 Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk 12 Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Zet de zinnen in het perfectum. Vul de goede vormen van de verba in. 1 Zij wil even met hem overleggen.Ze heeft even met hem .2 Hij kan de woorden niet onthouden.Hij heeft de woorden niet .3 De cursisten willen het woordenboek niet gebruiken.De cursisten hebben het woordenboek niet .4 Kunnen jullie die Nederlandse websites bekijken?Hebben jullie die Nederlandse websites ?5 Mogen zij voor de resultaten van de toets e-mailen?Hebben zij voor de resultaten van de toets ? controleer oké