Op naar de eindstreep

Zelftoetsen

Vul het werkwoord worden in in de juiste tijd.

1 In de herfst kun je hier veel paddenstoelen vinden.
In de herfst kunnen hier veel paddenstoelen gevonden.
2 In de Betuwe telen ze veel fruit.
Er in de Betuwe veel fruit geteeld.
3 Dit gebied beschermt men met hoge dijken en dammen.
Dit gebied met hoge dijken en dammen beschermd.
4 In 1953 overstroomde een groot deel van Nederland.
In 1953 een groot deel van Nederland overstroomd.
5 Ze hebben hier twee nieuwe polders aangelegd.
Er hier twee nieuwe polders aangelegd.
6 We zullen een oplossing voor het vluchtelingenprobleem moeten vinden.
Er zal een oplossing voor het vluchtelingenprobleem gevonden moeten .