Algemene fonetiek

Geluiden bij de figuren uit het boek




(A.)


(B.)


Figuur 10.8 Het gehoor bepaalt de toonhoogte in een tooncomplex door de grondtoon uit te rekenen die het best past bij de hoorbare harmonischen. Normaliter is dat de grootste gemene deler van de boventoonfrequenties. A: bij een tooncomplex met harmonischen van 600, 700, 800 en 900 Hz (resp. de 6e, 7e, 8e, en 9e harmonische van een grondtoon van 100 Hz). B: bij een tooncomplex met harmonischen bij 600, 750 en 900 Hz (resp. de 4e, 5e en 6e harmonische van een grondtoon van 150 Hz).