Volgende Vorige Chapter 3 Preparation Consolidation Test Speaking Grammar Vocabulary Listening and understanding Exercise 1 Exercise 2 Exercise 3 Grammar Exercise 3 Choose from: de, het or een. show all questions <= => In ... weekend gaan we naar mijn ouders. ? de ? het ? een Dat is ... zus van onze docent. ? de ? het ? een Hij praat met ... vrouw uit Portugal. ? de ? het ? een Mijn opa is in ... jaar 1972 overleden. ? de ? het ? een Mijn vriendin is getrouwd met ... jongste broer van mijn oom. ? de ? het ? een OK