Start.nl - deel 1

Chapter 3

Grammar

Exercise 1

Put the verb in brackets in the right form.
Click on 'free letter' or on '[?]' if an answer is giving you trouble. Note: the [?] button will show the correct answer.

If you've completed the exercise, click on 'check' to check your answers.

1. Mijn broer twee kinderen: een dochter en een zoon. (hebben)

2. Mijn opa en oma in Haarlem. (wonen)

3. Zijn vrouw uit Suriname. (komen)

4. je vaak naar jouw ouders? (gaan)

5. In welk jaar jouw vader overleden? (zijn)