Meer dan opvoeden

Hoofdstuk 16

Rachida is een meisje van 16 jaar van Marokkaanse afkomst. Ze woont in een flat samen met haar ouders en een jonger broertje en zusje. Rachida wil net als haar vriendinnen meer vrijheid, uitgaan en openlijk met haar vriend omgaan. Dat is voor haar ouders echter onbespreekbaar. Volgens de islam is het niet toegestaan om een vriend te hebben voor het huwelijk of alcohol te drinken en Rachida’s ouders vinden uitgaan onveilig. Rachida heeft haar moeder verteld over haar vriend, maar moeder is ertegen, ook omdat Rachida’s vriend geen moslim is. Daarbij speelt mee dat de omgeving zal zeggen dat de ouders hun dochter slecht hebben opgevoed als zij met een jongen op straat wordt gezien. Dit betekent eerverlies. Ook vindt moeder dat Rachida hiermee een slecht voorbeeld geeft aan haar broertje en zusje. Vader weet nog niets van de vriend.

Onlangs is Rachida met enkele jongens op straat gezien. Haar ouders hebben haar daarom strengere regels opgelegd, zoals vanuit school meteen thuis komen. Haar mobiele telefoon is ingenomen en ze mag in het weekend nergens meer naartoe. Rachida heeft de schoolmaatschappelijk werker om hulp gevraagd, want ze voelt zich heel erg slecht. Zij begrijpt haar ouders aan de ene kant wel, maar ze wil ook meedoen met haar vriendinnengroep. Binnenkort is er een schoolfeest waar ze heel graag heen wil, maar van haar ouders niet mag. De schoolmaatschappelijk werker heeft een afspraak gemaakt met de ouders, die goed Nederlands spreken.

De ouders begrijpen dat hun dochter meer vrijheid wil, maar stellen dat dat nu eenmaal niet mogelijk is. Rachida is opgegroeid in de Nederlandse cultuur, maar ze moet ook de normen en waarden van de Marokkaanse cultuur en van de islam respecteren. Vader is zeer conservatief, moeder is iets minder strikt. Bieden vinden Rachida nog veel te jong om uit te gaan, haar prioriteit moet haar opleiding zijn. Van uitgaan en schoolfeesten komt alleen maar ellende, zoals drugs, vechtpartijen en alcohol. Uitgaan zou ook een heel slecht voorbeeld zijn voor het broertje en het zusje van Rachida. Vooral vader is afhoudend en wantrouwend naar de hulpverlener. Hij weet dat in Nederland moeilijk wordt gedaan over normen en waarden en de islam. Pas als de hulpverlener goed naar hun kant van het verhaal luistert en hun zorgen lijkt te begrijpen, tonen de ouders zich bereid na te denken op welke punten ze aan de wensen van Rachida tegemoet kunnen komen. 

Vragen bij de casus

  1. Hoe zou je als sociaal werker een huisbezoek bij het gezin uit deze casus voorbereiden? Noem drie thema’s die je in ieder geval aan de orde wilt stellen. Noem ook drie valkuilen voor je gesprek.
  2. Hoe bouw je het gesprek op?
  3. Hoe gebruik je non-verbale communicatie?
  4. Wie wil je dat er aanwezig zijn bij het gesprek en waarom?
  5. Wat is je gewenste eindresultaat van dit eerste gesprek en wat is je volgende stap?