Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 2

Werkwoorden - Opdracht 2

Onregelmatige werkwoorden

Imperfectum » presens
Zet de zinnen in het presens.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Voorbeeld:
We namen spaghetti als hoofdgerecht.
We nemen spaghetti als hoofdgerecht.

1. De boot dreef naar de andere kant van het zwembad.
De boot naar de andere kant van het zwembad.

2. Paul ving een vis voor op de barbecue.
Paul een vis voor op de barbecue.

3. Deze provincie leek me erg leuk voor de zomervakantie.
Deze provincie me erg leuk voor de zomervakantie.

4. Ze gaven een objectief oordeel over de hotelkamers.
Ze een objectief oordeel over de hotelkamers.

5. Een huis op het platteland trok mij niet zo.
Een huis op het platteland mij niet zo.

6. We genoten van die uitdagende wandelroute.
We van die uitdagende wandelroute.

7. We mochten ook gebruikmaken van het zwembad.
We ook gebruikmaken van het zwembad.

8. We konden dit vieze hotel echt geen voldoende geven.
We dit vieze hotel echt geen voldoende geven.

9. Hij zag een grote stapel papieren op zijn bureau.
Hij een grote stapel papieren op zijn bureau.

10. Robert liet ons zijn nieuwe lichtgewicht tent zien.
Robert ons zijn nieuwe lichtgewicht tent zien.