Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 3

Preposities - Opdracht 1

Vul de juiste prepositie in.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

1. hoeveel mensen bestaat jullie groep?

2. Hij is chagrijnig. Dat komt het slechte weer.

3. Hij is boos het grapje van zijn vriendin.

4. welke ovenstand moet ik het brood bakken?

5. Misschien kom ik morgen iets later. dat geval bel ik je.

6. Wat zeg jij je docent: u of je?

7. Ik reken vijftien mensen op mijn feestje.

8. Kun je me helpen of ben je iets bezig?

9. Ik schrok het nieuws dat ze gaat verhuizen naar Australië.

10. In de trein reageer ik altijd direct als mensen in de stiltecoupé praten. die manier erger ik mij het minst.