Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 4

Grammatica - Opdracht 4

Scheidbare werkwoorden: alle tijden
Maak bij elke werkwoordstijd een zin met meedoen en actief. Kijk naar opdracht 8 van hoofdstuk 4 voor een voorbeeld. Je vindt dit voorbeeld ook in de grammaticabijlage van hoofdstuk 4 en bij de goede antwoorden van hoofdstuk 4.
Let op: de spaties, komma’s en punten in je antwoord moeten precies kloppen, anders rekent het programma je antwoord fout.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken. Je ziet dan de volgende goede letter. Als je het hele goede antwoord wilt zien, kun je op ‘antwoord’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Infinitief: meedoen – actief

1. Presens
Ik

2. Imperfectum
Ik

3. Perfectum
Ik

4. Met een modaal werkwoord
Ik moet

5. Met om - te
Ik vind het leuk

6. In een bijzin
Ik denk dat ik