Nederlands in actie

Extra opdrachten

Hoofdstuk 4

Vocabulaire - Opdracht 3

Maak de zinnen compleet door het juiste woord in te vullen.

Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.

Kies uit: af en toe – bovendien – nadrukkelijk – ontspannen – uiteindelijk – vanwege – verantwoordelijk – vermoedelijk – vernederend – verplicht

1. Mogen studenten zelf weten of ze naar college gaan of is het ?

2. De lessen gaan niet door ziekte van de docent.

3. Ik wist lange tijd niet welke studie ik moest kiezen. Ik heb voor astrofysica gekozen.

4. We gaan , ongeveer drie keer per maand, na het werk met onze collega’s sporten.

5. Studenten gaan volgende week dinsdag demonstreren, maar dat is nog niet helemaal zeker.

6. We hebben een week vakantie gehad. Ik voel me nu heel erg .

7. Ik vind de nieuwe maatregelen niet in het belang van de studenten, zijn deze maatregelen niet goed te controleren.

8. De docent heeft gezegd dat we niet alle woorden hoeven op te zoeken. Dat heeft ze echt heel duidelijk gezegd.

9. Vind je dat studenten zelf zijn voor hun studieresultaten?

10. Hij is als kind veel gepest en dat was heel voor hem.