Nederlands in actie

Uitspraak- en verstavaardigheid

Hoofdstuk 2 - Opdracht 3


Fragment opdracht 3

Zeg de volgende zinnen na.

  1. Zou je aan deze test willen meedoen?
  2. Zou je aan deze test kunnen meedoen?
  3. Zouden jullie wat vroeger willen komen?
  4. Zouden jullie wat vroeger kunnen komen?
  5. Zou ik met een creditcard mogen betalen?
      
  6. Zou ik met een creditcard kunnen betalen?
  7. Zouden we je vakantiefoto’s mogen zien?
  8. Zouden we je vakantiefoto’s kunnen zien?
  9. Ik zou weleens naar Ibiza willen gaan.
  10. Ik zou weleens willen couchsurfen.
      
  11. Ik zou graag een lange reis door Amerika willen maken.
  12. Ik zou graag een keer willen parachutespringen.
  13. Als Peter alleen zou zijn, zou hij alleen naar noordelijke landen gaan.
  14. Als Peter alleen was, ging hij alleen naar noordelijke landen.
  15. Als ik genoeg geld zou hebben, zou ik een mooi huis kopen.
      
  16. Als ik genoeg geld had, kocht ik een mooi huis.
  17. Als ik jou was, zou ik nog even wachten.
  18. Als ik jou was, nam ik een trein later.
  19. Als ik jou was, zou ik dat niet doen.
  20. Als ik jou was, ging ik daar niet naartoe.