Uitspraak- en verstavaardigheid
Hoofdstuk 2 - Opdracht 3
Fragment opdracht 3
Zeg de volgende zinnen na.
- Zou je aan deze test willen meedoen?
- Zou je aan deze test kunnen meedoen?
- Zouden jullie wat vroeger willen komen?
- Zouden jullie wat vroeger kunnen komen?
- Zou ik met een creditcard mogen betalen?
- Zou ik met een creditcard kunnen betalen?
- Zouden we je vakantiefoto’s mogen zien?
- Zouden we je vakantiefoto’s kunnen zien?
- Ik zou weleens naar Ibiza willen gaan.
- Ik zou weleens willen couchsurfen.
- Ik zou graag een lange reis door Amerika willen maken.
- Ik zou graag een keer willen parachutespringen.
- Als Peter alleen zou zijn, zou hij alleen naar noordelijke landen gaan.
- Als Peter alleen was, ging hij alleen naar noordelijke landen.
- Als ik genoeg geld zou hebben, zou ik een mooi huis kopen.
- Als ik genoeg geld had, kocht ik een mooi huis.
- Als ik jou was, zou ik nog even wachten.
- Als ik jou was, nam ik een trein later.
- Als ik jou was, zou ik dat niet doen.
- Als ik jou was, ging ik daar niet naartoe.