Uitspraak- en verstavaardigheid
Hoofdstuk 5 - Opdracht 2B
Fragment opdracht 2B
Je hoort de zinnen nu nog een keer. Zeg ze na.
- Ik vind dat er goede ideeën waren.
- Waarom ben je niet naar haar toe gegaan?
- Heb je weleens aan die mogelijkheid gedacht?
- Heb je hem er ook een gegeven?
- Ik kan je hier wel mee helpen.
- Ik zal er straks even naar kijken.
- Waar ben je eigenlijk opgegroeid?
- Ben jij een andere persoon als je Nederlands spreekt?
- Ik zal er waarschijnlijk nooit aan wennen.
- Ik moet er niet veel van hebben.