Uitspraak- en verstavaardigheid
Hoofdstuk 6 - Opdracht 1
Fragment opdracht 1A
Luister naar de volgende zinnen. Let op het accent.
- Ik vind ’m niet zo leuk.
Ik vind hem niet zo leuk, maar haar wel.
- Wil je nu ’n afspraak maken?
Wil je nu één of twee afspraken maken?
- Heb je ’t al geprobeerd?
Heb je dit al geprobeerd? En dat?
- Ik heb ’r nog niet gesproken.
Ik heb haar nog niet gesproken, maar hem wel.
- M’n vriend spreekt geen Spaans.
Mijn vriend spreekt geen Spaans. Jouw vriend wel?
- Z’n ouders keuren ’t niet goed.
Zijn ouders keuren ’t niet goed, maar haar ouders wel.
Fragment opdracht 1B
Je hoort de zinnen nu nog een keer. Zeg ze na.