Volgende Hoofdstuk 1 1.1 Dialoog 1.2 Woordenlijst 1.4 Personaal pronomen + werkwoord 1.5 Telwoorden 1.6 Het alfabet 1.9 Uitspraak: zinsaccent Verdieping Downloaden en oefenen Opdracht: Vocabulaire Welk woord past in de zin? Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Ik ben Marc en ik kom [?] Duitsland.2 [?] is jouw achternaam, Silke?3 Woont [?] ook hier, mevrouw?4 We luisteren [?] de docent.5 We beginnen [?] tekst 1.6 [?] kom jij vandaan, Tim? Controleer opdracht oké