Nederlands in gang

Hoofdstuk 11

Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Kies uit:

snel – nooit – eigen – eerst – gewoon – reis – keer – druk – naast – ieder

1 Is dit jouw eerste op een Nederlandse verjaardag?
2 Ik heb dorst. Ik wil graag iets drinken.
3 Waar is je fiets? Is die kapot?
4 Ik ben nog naar een Wandelbeurs geweest.
5 mijn werk sport ik veel.
6 Hoelang duurt de naar Chili?
7 Nu is het heel . Zullen we volgende week iets afspreken?
8 Begrijp je het niet? Vraag het . Dat is geen probleem.
9 U praat heel . Kunt u het langzamer zeggen?
10 Ik kom donderdag in dit café.