Volgende Vorige Hoofdstuk 12 12.1 Dialoog 12.2 Woordenlijst 12.3 De weg vragen en wijzen 12.4 Scheidbare werkwoorden 12.6 Uitspraak: ou / au — ui Verdieping Opdracht 1: Vocabulaire richting Opdracht 2: Reacties Wat hoort bij elkaar? Zoek de items in de linkerkolom bij die uit de rechterkolom. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Mag ik u iets vragen? ? Sorry, ik ben hier niet bekend. Nee, u kunt beter met de tram gaan. Nee, u moet nog een stukje lopen. Die is op deze verdieping, aan het einde van de gang. Ja, natuurlijk. Die zijn naast de trap. Weet u waar het museum is? ? Sorry, ik ben hier niet bekend. Nee, u kunt beter met de tram gaan. Nee, u moet nog een stukje lopen. Die is op deze verdieping, aan het einde van de gang. Ja, natuurlijk. Die zijn naast de trap. Kan ik dat lopen? ? Sorry, ik ben hier niet bekend. Nee, u kunt beter met de tram gaan. Nee, u moet nog een stukje lopen. Die is op deze verdieping, aan het einde van de gang. Ja, natuurlijk. Die zijn naast de trap. Stopt de tram bij de Evenementenhal? ? Sorry, ik ben hier niet bekend. Nee, u kunt beter met de tram gaan. Nee, u moet nog een stukje lopen. Die is op deze verdieping, aan het einde van de gang. Ja, natuurlijk. Die zijn naast de trap. In welke hal is de Wandelbeurs? ? Sorry, ik ben hier niet bekend. Nee, u kunt beter met de tram gaan. Nee, u moet nog een stukje lopen. Die is op deze verdieping, aan het einde van de gang. Ja, natuurlijk. Die zijn naast de trap. Waar kan ik de toiletten vinden? ? Sorry, ik ben hier niet bekend. Nee, u kunt beter met de tram gaan. Nee, u moet nog een stukje lopen. Die is op deze verdieping, aan het einde van de gang. Ja, natuurlijk. Die zijn naast de trap. Controleer opdracht oké