Nederlands in gang

Hoofdstuk 12

Maak de zin compleet met de gegeven woorden. Let op de juiste vorm en volgorde. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 te – kennismaken – met je ouders
Ik vind het leuk om .

2 mijn boek – niet – meenemen
Sorry, ik heb .

3 ze – zich voorstellen
Ze kwam de kamer in en .

4 na de pauze – verdergaan
We .

5 te – niet – ophalen
Je hoeft me .

6 dit nummer – duidelijk – opschrijven
Je moet .

7 je – in Nederland – aankomen
Op welke datum ben ?

8 haar – vaak – tegenkomen
Emma woont hier ook. Ik .

9 hij – zich voorbereiden op – zijn studie
In de zomer van 2008 .

10 te – afrekenen
Het is tijd om .

11 de straat – oversteken
Hij keek goed en hij .

12 het raam – opendoen
Zal ik ?

13 twee jaar – met Frans – samenwonen
Britta heeft .

14 bij de markt – instappen
De meeste studenten .

15 even – binnenkomen
Wil je niet ?