Volgende Vorige Hoofdstuk 13 13.1 Dialoog 13.2 Woordenlijst 13.3 Mening vragen en geven 13.5 Zullen (2) — Belofte Verdieping Downloaden en oefenen Opdracht: Vocabulaire Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.Kies uit:nat – volgens – warm – gezond – gelukkig – koud – ben toe aan – gezellig – iemand – vroeg 1 [?] stopt de tram voor de ingang van de Evenementenhal.2 Hoe laat zal ik komen? Is 17.00 uur te [?]?3 Het is 2 graden. Ik vind dat [?].4 Er is een glas water over mijn broek gevallen. Mijn broek is nu [?].5 ‘Wil je koffie?’ ‘Ja, lekker. Ik [?] een kop koffie.’6 De verwarming staat op 22 graden. Voor mij is dat [?].7 Wat een leuk huis! Het is heel [?].8 [?] mij wil Maria geen jonge kat.9 Hoeveel fruit eet jij per dag? Fruit is [?].10 Ik zoek een kamer voor één maand. Ken jij [?] met een extra kamer? Controleer opdracht oké