Nederlands in gang

Hoofdstuk 17

Geef antwoord op de vragen. Gebruik er of daar en gebruik de woorden tussen haakjes. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 Hoelang woon je nu in Nederland?
(een week) – .

2 Wat ligt er op tafel?
(een boek) – .

3 Kun je om 15.30 uur in Amsterdam zijn?
(nee) – .

4 Wat zit er in je tas?
(een pen, een telefoon) – .

5 Heb je in Hamburg gewoond?
(ja, acht jaar) – .

6 Was het druk in de bibliotheek?
(ja, veel studenten) – .

7 Kun je op internet?
(nee, een storing) – .

8 Waarom is je vader in Indonesië?
(voor zijn werk) – .

9 Kan ik me nu inschrijven?
(nee, een probleem met de website) – .

10 Hoe laat kun je in Maastricht zijn?
(20.00 uur) – .