Nederlands in gang

Hoofdstuk 18

Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Kies uit:

verder – nergens – eruitzien – steeds – onmiddellijk – overal – vervelend – halen – zulk – namelijk

1 Mijn portemonnee is gestolen. Dat is heel , hij is net nieuw.
2 Ik heb gezocht, maar ik kan hem niet vinden.
3 Kun je vertellen hoe jouw dagen ?
4 Vanochtend heb ik gewerkt. heb ik gestudeerd.
5 We hebben een groot probleem. Kun je komen?
6 Zal ik koffie voor je ?
7 Ik wil een afspraak met Max maken, maar dat lukt niet.
8 Met weer gaan mensen niet naar de bioscoop.
9 Ik wil die film graag zien, maar die draait meer.