Nederlands in gang

Hoofdstuk 2

Welk woord past in de zin? Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Kies uit:

andere – eigenlijk – morgen – jonger – weten – al lang – weer – nog – vandaag – pas

Je mag elk woord één keer gebruiken.

1 We zijn adres en achternaam.
2 Ik woon 5 jaar in Nederland. Dat is .
3 Heb je een bril?
4 Welke datum is het ?
5 is het zondag, is het maandag.
6 Hebben we morgen les van u?
7 Zij woont een week in Utrecht.
8 Is je broer ?
9 Wil je een kopje koffie?