Volgende Vorige Hoofdstuk 2 2.1 Dialoog 2.2 Woordenlijst 2.7 Vraagwoordvragen 2.8 Possessief pronomen 2.13 Uitspraak: a — aa Verdieping Opdracht 1: Reactie 1 Opdracht 2: Reactie 2 Wat hoort bij elkaar? Zoek de items in de linkerkolom bij die uit de rechterkolom. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Woon je al lang in Nederland? ? Nee, twee weken. Ja, mijn broer en zijn vriendin. Ze drinken koffie. In Rotterdam. In september. Krijg je nog bezoek? ? Nee, twee weken. Ja, mijn broer en zijn vriendin. Ze drinken koffie. In Rotterdam. In september. Wanneer begint de cursus? ? Nee, twee weken. Ja, mijn broer en zijn vriendin. Ze drinken koffie. In Rotterdam. In september. Waar woont Krista? ? Nee, twee weken. Ja, mijn broer en zijn vriendin. Ze drinken koffie. In Rotterdam. In september. Wat doen ze daar? ? Nee, twee weken. Ja, mijn broer en zijn vriendin. Ze drinken koffie. In Rotterdam. In september. Controleer opdracht oké