Volgende Vorige Hoofdstuk 5 5.1 Dialoog 5.2 Woordenlijst 5.4 Pluralis 5.5 Adjectief 5.8 Imperatief 5.10 Uitspraak: zinsaccent en u — uu Verdieping Audio Opdracht: Reacties / antwoord op vragen Wat hoort bij elkaar? Zoek de items in de linkerkolom bij die uit de rechterkolom. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Heb je er dertig cent bij? ? Nee, sorry. Zal ik spaghetti maken? Ik. Dat is een goed idee. Nee, ik wil ook nog paprika’s. Zullen we vandaag stamppot eten? ? Nee, sorry. Zal ik spaghetti maken? Ik. Dat is een goed idee. Nee, ik wil ook nog paprika’s. Wie is er aan de beurt? ? Nee, sorry. Zal ik spaghetti maken? Ik. Dat is een goed idee. Nee, ik wil ook nog paprika’s. Dat was het? ? Nee, sorry. Zal ik spaghetti maken? Ik. Dat is een goed idee. Nee, ik wil ook nog paprika’s. Wat zullen we eten? ? Nee, sorry. Zal ik spaghetti maken? Ik. Dat is een goed idee. Nee, ik wil ook nog paprika’s. Controleer opdracht oké