Nederlands in gang

Hoofdstuk 5

Welk woord past in de zin? Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Kies uit:

ongeveer – vaak – goedkoop – altijd – typisch – boodschappen doen – genoeg – natuurlijk – beurt – wel

Je mag elk woord één keer gebruiken.

1 Ik moet nog gauw even .
2 Wie kan ik helpen? Wie is er aan de ?
3 Na de lente komt de zomer.
4 wil ik iets drinken. Het is zó warm!
5 Wat is Nederlands op een verjaardag?
6 Zijn groentes en fruit in Nederland ?
7 Mijn broer komt om 14.00 uur.
8 Een kilo aardappels, is dat voor vier personen?
9 Haar vader is in Indonesië voor zijn werk. Hij is nu ook in Indonesië.
10 Kosten aardbeien 6 euro per kilo? O, dat is duur.