Volgende Vorige Hoofdstuk 5 5.1 Dialoog 5.2 Woordenlijst 5.4 Pluralis 5.5 Adjectief 5.8 Imperatief 5.10 Uitspraak: zinsaccent en u — uu Verdieping Grammatica/uitspraak Gatentekst Extra opdracht: Vocabulaire Intensieve luistertekst Filmpje Vul het tegenovergestelde in van het vetgedrukte woord. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Haar haar is blond. [?] 2 Mijn haar is lang. [?] 3 Het café is klein. [?] 4 De wijn is slecht. [?] 5 Mijn broer is jong. [?] 6 De tomaten zijn goedkoop. [?] Controleer opdracht oké