Volgende Vorige Hoofdstuk 6 6.1 Dialoog 6.2 Woordenlijst 6.5 Modale werkwoorden 6.7 Uitspraak: i — ie Verdieping Audio Opdracht 1: Vocabulaire Opdracht 2: Reacties Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Goedenavond, hebt u nog een tafel [?] twee personen?2 [?] je dorst?3 [?] ik twee bier?4 Wat neem jij [?] voorgerecht?5 Soep eet je met een [?].6 Een salade eet je met mes en [?].7 [?] je de paella lekker?8 [?] is jouw salade? Lekker?9 Ik wil alleen ijs, dus [?] slagroom.10 Hier is 50 euro, laat de rest maar [?]. Controleer opdracht oké