Volgende Vorige Hoofdstuk 6 6.1 Dialoog 6.2 Woordenlijst 6.5 Modale werkwoorden 6.7 Uitspraak: i — ie Verdieping Opdracht 1: Modale werkwoorden 1 Opdracht 2: Modale werkwoorden 2 Klik het juiste werkwoord aan. toon alle opgaven vorige volgende ___ we even pauze nemen? ? Zullen ? Moet U ___ met tekst 1 beginnen. ? kunnen ? moet Ik ___ je niet zo veel vertellen. ? kun ? kan Ik ___ hier even een foto maken. ? willen ? wil Wij ___ graag kennismaken met je ouders. ? kunnen ? willen ___ ik dit rondje betalen? ? Zal ? Zul ___ jij morgen lesgeven? ? Kunt ? Kun Jullie ____ hier zitten. ? mogen ? mag Zijn kinderen ___ ook Spaans spreken. ? kun ? kunnen ___ we de ober roepen? ? Zul ? Zullen oké