Nederlands in gang

Hoofdstuk 8

Zet de woorden in de goede volgorde. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 heeft – bad – Dit huis – geen
.

2 niet – bellen – kan – u – Vandaag – ik
.

3 zal – u – Ik – laten – zien – verschillende mogelijkheden
.

4 we – niet – gebruiken – Dat – ook
.

5 Mag – overleggen – dit – met mijn vriend – ik
?

6 hier – niet – Sorry, – u – pinnen – kunt
.

7 niet – die broek – Ik – wil – in die kleur – hebben
.

8 u – ook – Wilt – een voorgerecht – misschien
?

9 voor vier personen – ik – nodig – andijvie – Hoeveel – heb
?

10 kan – niet – ik – Morgen – komen
.