Volgende Vorige Hoofdstuk 8 8.1 Dialoog 8.2 Woordenlijst 8.6 Negatie 8.7 Preposities 8.9 Uitspraak: ij / ei — eu — ie Verdieping Downloaden en oefenen Opdracht: Vocabulaire Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.Kies uit:wat – niets – open – ruim – eenvoudige – gebruiken – ver – buurt – mogelijkheid – dichtbij – voordeelJe mag elk woord één keer gebruiken. 1 Een gemeubileerde woning is ook nog een [?].2 Is die kledingzaak of ?3 Ik wil graag een [?] kamer. Luxe hoef ik niet.4 Dit appartement vind ik te klein. Hebt u ook een [?] groter appartement?5 Wat een mooie, [?] kamer!6 Dit huis heeft een tuin op het zuiden. Dat is een groot [?].7 Het is een leuke [?] met veel studenten. 8 Hoe laat is de kledingzaak op maandag [?]?9 ‘Hebt u ook T-shirts in het bruin?’ ‘Sorry, ik heb [?] in het bruin.’10 Mag ik je boek even [?]? Controleer opdracht oké