Nederlands in gang

Hoofdstuk 8

Vul het juiste woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Kies uit:

wat – niets – open – ruim – eenvoudige – gebruiken – ver – buurt – mogelijkheid – dichtbij – voordeel

Je mag elk woord één keer gebruiken.

1 Een gemeubileerde woning is ook nog een .
2 Is die kledingzaak of ?
3 Ik wil graag een kamer. Luxe hoef ik niet.
4 Dit appartement vind ik te klein. Hebt u ook een groter appartement?
5 Wat een mooie, kamer!
6 Dit huis heeft een tuin op het zuiden. Dat is een groot .
7 Het is een leuke met veel studenten.
8 Hoe laat is de kledingzaak op maandag ?
9 ‘Hebt u ook T-shirts in het bruin?’ ‘Sorry, ik heb in het bruin.’
10 Mag ik je boek even ?